Bachelorprogramma

De 3-jarige universitaire BSc Fysiotherapie wordt verzorgd op de SOMT University of Physiotherapy in Amersfoort met veel aandacht voor algemene, vakspecifieke en academische competenties.

Elke 10-weekse onderwijsperiode is opgebouwd uit cursussen die opgebouwd zijn rondom een centraal thema (bijvoorbeeld “rugklachten” of “neurologie”). De studiejaren zijn opgebouwd uit ongeveer 25% theorie, 25% praktijk en 50% zelfstudie, waarbij je kunt uitgaan van ongeveer 16 contacturen per week.

Het opleidingsprogramma is competentiegericht. Er wordt uitgegaan van fysiotherapeutische competenties, wetenschappelijke competenties en competenties in relatie tot de rol van fysiotherapeut binnen de maatschappelijke gezondheidszorg zoals omschreven in het beroeps-competentieprofiel fysiotherapie. Elke cursus sluit je af met een toets.

Het programma kent de volgende werkvormen:

  • Werkgroepen
  • Practica, waaronder vaardigheidsonderwijs
  • Stages
  • Hoor/responsiecolleges

In het onderwijs staat veelal een klinisch probleem centraal. Studenten gaan in groepjes aan de slag om een oplossing voor het probleem te vinden (wat is de meest waarschijnlijke diagnose? Wat is de meest optimale behandeling? Hoe zijn de vooruitzichten van deze patiënt?). Tijdens het oplossen van vraagstukken, worden er ondersteunende werkgroepen, praktijklessen en meer theoretische hoor- en responsiecolleges aangeboden. Daarnaast wordt onderwijs aangeboden in de methodologie van wetenschappelijk onderzoek, statistiek, ethiek, wetenschapsfilosofie en sociologie. Ook is er aandacht voor wetenschappelijk schrijven en presenteren.

Inhoud van het bachelorprogramma

Jaar 1

Het eerste jaar kent 4 centrale thema’s. De eerste tien weken staat een kennismaking met het vak fysiotherapie en het Nederlandse gezondheidszorgsysteem centraal. Daarna wordt begonnen met diagnostiek en behandeling van klachten aan het been. De derde onderwijsperiode is vormgegeven rondom hart-, vaat-, en longproblemen. Het jaar wordt afgesloten met periode vier waarin inspanningsfysiologie en training centraal staat. Gedurende alle onderwijsperioden volg je praktijklessen die aansluiten bij de thema’s van de periode. Daarnaast zijn er gedurende het hele jaar stagedagen en volg je onderwijs in methodologie en statistiek en academische vorming.

Jaar 2

In de eerste periode van het tweede jaar staan diagnostiek, behandeling en prognose van klachten aan de schouder, arm en hand centraal. In de tweede periode wordt voornamelijk aandacht besteedt aan kanker, huidziekten, psychologie en communicatie met de patiënt.

Periode 3 is opgebouwd rondom aandoeningen van het zenuwstelsel, zoals hersenbloedingen en de ziekte van Parkinson. In periode 4 staan rug en nekklachten centraal. Ook in het tweede jaar volg je gedurende alle onderwijsperioden praktijklessen die aansluiten bij de thema’s van de periode. Daarnaast zijn er gedurende het hele jaar stagedagen en volg je onderwijs in methodologie en statistiek en academische vorming.

Jaar 3

Periode 1 van het derde jaar is de periode voorafgaand aan de grote klinische stages. In deze periode worden patiënten met complexe problematiek besproken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een patiënt die moet revalideren van een hersenbloeding en tevens een nieuwe heup heeft gekregen en lijdt aan astma. Ook in deze periode volg je praktijklessen die aansluiten bij het thema van de periode en onderwijs in methodologie en statistiek en academische vorming.

In de tweede en de derde periode loop je stage in het werkveld van de fysiotherapie, bijvoorbeeld in een gezondheidscentrum, een ziekenhuis of een revalidatiecentrum. Er zijn terugkomactiviteiten waarin je onder begeleiding van een docent over actuele thema’s of uitdagingen die je tijdens de stage tegenkomt kunt discussiëren.

De vierde periode van jaar drie en tevens de laatste periode van de bachelor, staat in het teken van je scriptie.