Home Nieuws Nieuwspagina

5 vragen aan | Emiel van Trijffel

18 november 2019
5 vragen aan | Emiel van Trijffel

Emiel van Trijffel, PhD, werkzaam als Hoofd Post-initeel Onderwijs binnen SOMT, wetenschapper én verbonden aan de opleiding Manuele Therapie aan de Vrije Universiteit in Brussel. Genoeg redenen om hem als eerste aan het woord te laten in onze reeks '5 vragen aan ...'.

Als ik zeg SOMT, dan zeg jij…?

…dynamiek en ambitie. Ik heb zelf bij SOMT mijn opleiding manuele therapie gevolgd in de jaren negentig van de vorige eeuw. Sindsdien is er zo ontzettend veel veranderd naar een instelling met nu vijf masteropleidingen (naast Manuele Therapie ook Bekkenfysiotherapie, Sportfysiotherapie, Fysiotherapie in de Geriatrie en Musculoskeletale Echografie voor Fysiotherapeuten), een universitaire basisopleiding Fysiotherapie, een uitgebreid aanbod aan bij- en nascholing en ook opleidingen in het bewegingsapparaat voor artsen. Daarnaast werken we hard aan wetenschappelijk onderzoek, zowel binnen de opleidingen zelf als ook een groot cohortonderzoek dat we momenteel opzetten, in samenwerking met de Gemeente Amersfoort. Hierin gaan we 3000 inwoners van Amersfoort ouder dan 55 jaar meten en 10 jaar lang volgen op diverse fysieke parameters om voorspellers te kunnen identificeren voor kwetsbaarheid en achteruitgang. Ik kan wel stellen dat in de ruim 10 jaar die ik nu bij SOMT werk geen enkel jaar hetzelfde, laat staan saai is geweest!  

Wat maakt volgens jou de opleidingen van SOMT speciaal?

In de loop der jaren zijn we er in de masteropleidingen goed in geslaagd de soms niet gemakkelijke balans te vinden tussen de klinische oriëntatie, die primair is, en de wetenschappelijke bagage die we onze afgestudeerden willen meegeven. Wij willen in eerste instantie collega’s afleveren die binnen hun fysiotherapeutisch-specialistische domein excellente zorg leveren aan cliënten. Daarnaast hebben externe ontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan het invoeren van de titel Master of Science in 2014, ons mede gestuurd om een stevige portie wetenschap in te brengen in de programma’s. Dat is voor onze studenten bedoeld niet alleen om de almaar toenemende stroom aan wetenschappelijke publicaties te kunnen lezen en op waarde te kunnen beoordelen, maar ook om studenten zelf ervaring te laten opdoen in onderzoeksprojecten. Het geleidelijk omvormen tot het niveau zoals we dat nu hanteren is voor een belangrijk deel te danken aan de wijze waarop onze opleidingshoofden, hun coördinatoren en uiteindelijk de docenten en stagedocenten op de werkvloer dit alles in een fijne en collegiale sfeer weten over te brengen aan onze studenten. Dat laatste maakt SOMT ook zo speciaal: de waardering voor onze opleidingen en onze docenten in het bijzonder is uitzonderlijk te noemen, zoals elk jaar blijkt uit de Nationale Studenten Enquête.

Je bent zelf wetenschapper, moeten fysiotherapeuten zichzelf nog verder verwetenschappelijken, vind je?

Dat is geen gemakkelijke vraag en mensen binnen ons beroep hebben daar uiteenlopende ideeën over. Laat ik vooropstellen dat ik van mening ben dat we momenteel in onze masteropleidingen een voldoende niveau aan wetenschappelijke vaardigheden aanbieden en dat behoeft mijns inziens geen uitbreiding of ophoging; de klinische vaardigheden staan in deze praktijkgerichte opleidingen immers voorop en dat is waar we heel goed in moeten blijven. Dat neemt niet weg dat het steeds belangrijker wordt om vanuit de fysiotherapie en haar specialisaties te zorgen voor een stevige basis aan wetenschappelijk onderzoek dat ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd door fysiotherapeuten/-specialisten. Hiermee waarborg je nog beter dat het wetenschappelijk onderzoek en de dagelijkse praktijk elkaar goed blijven voeden. Nu zijn er in Nederland diverse opleidingen ook voor fysiotherapeuten toegankelijk om zich te bekwamen in de methoden en technieken van onderzoek doen, zoals de Master Evidence Based Practice in Health Care van het AMC. Maar het heeft waarschijnlijk voordelen als de wetenschappelijke ontwikkeling van studenten verweven is binnen de opleiding Fysiotherapie (en de specialisaties) zelf. Je gaat dan toe naar universitaire constructies zoals die in het buitenland heel gangbaar zijn, bijvoorbeeld in Vlaanderen. Voor het beroep fysiotherapie zou het een gunstige ontwikkeling zijn als we ergens op de horizon dit stipje kunnen zetten. SOMT is als voortrekker al begonnen met het aanbieden van een universitaire bachelor Fysiotherapie die zich voortzet als een master aan de Universiteit Maastricht. Ik weet dat voor de specialisaties nu ook al de eerste ideeën zijn geopperd voor universitaire mastervervolgtrajecten.   

Vlaanderen heb je nu al genoemd. Je geeft ook les aan de Vrije Universiteit Brussel, welke verschillen zijn er met het lesgeven hier?

Ja, dat is een leuke ervaring. Ik ben daar als titularis van het vak ‘Geavanceerd evidence-based klinisch redeneren in de manuele therapie’ verbonden aan de opleiding Manuele Therapie. In Vlaanderen kunnen studenten in hun vijfde jaar van de universitaire opleiding Kinesitherapie kiezen voor een afstudeervariant Manuele Therapie om vervolgens daarna via een 1-jarige Master-na-Master hun beroepsbekwaamheid in dit vak te verwerven. Aan Vlaamse universiteiten zijn kennisoverdracht en hoorcolleges meer gangbaar dan bij ons in Nederland. Vlaamse studenten bezitten daardoor excellente kennis van vele basiswetenschappelijke vakken. In mijn lessen probeer ik die kennis vooral toe te passen in complexe klinische contexten en ik daag studenten uit kritisch te kijken naar hun vak en hierover met elkaar open te discussiëren. Aan dat laatste moeten ze nog wel wennen, hoor. Waar ze ook aan moeten wennen, is dat ik graag met mijn voornaam wordt aangesproken in plaats van, zoals in Vlaanderen gebruikelijk is, met u en met titels. Aan Vlaamse universiteiten heerst namelijk een meer hiërarchische cultuur dan wij in Nederland kennen. Ik ben benieuwd of studenten het langzaamaan gaan “aandurven” om, ieder geval naar mij toe, wat minder formeel te communiceren. 

Afgelopen zomer gaf jij de eerste Summer School van SOMT, wat is volgens jou de toegevoegde waarde van deze cursus in het nascholingsprogramma?

Inderdaad hebben we afgelopen zomer een eerste 4-daagse Summer School ‘Evidence-based clinical reasoning in complex manual therapy practice’ gedraaid. Aan universiteiten is het al langer gebruikelijk om tijdens de zomerperiode een uitgebreid aanbod te hebben van meerdaagse, intensieve cursussen over actuele onderwerpen. Omdat je cursisten enkele dagen achter elkaar ziet, kun je bepaalde onderwerpen ook echt dieper bediscussiëren en binnen die tijd een snellere opbouw in je lesstof aanbrengen. Wat ook erg leuk is, is dat de cursisten elkaar heel snel goed leren kennen en er een hele goede band ontstond tussen hen die bij een aantal ook na de Summer School is blijven bestaan. Hiervoor hielp het natuurlijk ook mee dat we tussendoor een gezellige maar heel actieve buitenactiviteit hadden georganiseerd. Al met al een geslaagd experiment met een groep gedreven collega’s, en voor herhaling vatbaar!