Home Nieuws Nieuwspagina

5 vragen aan | Liesbeth Westerik

17 december 2019
5 vragen aan | Liesbeth Westerik

"Studenten worden in drie jaar opgeleid om op professionele en empathische manier over aanvankelijk beladen onderwerpen te kunnen praten en de bekkenbodem adequaat te kunnen onderzoeken en behandelen. Daarnaast ontwikkelen ze hun klinisch redeneren zodanig dat ze gelijkwaardige gesprekpartners zijn voor artsen of andere zorgverleners in een multidisciplinair team. Na drie jaar staan er stevige, professionele en kundige ex-studenten.", aldus Liesbeth over de Master Bekkenfysiotherapie

Als ik zeg SOMT, dan zeg jij…?

Dan zeg ik een fantastische en uitdagende werkomgeving. SOMT biedt me de mogelijkheid mezelf te ontwikkelen, zowel professioneel en als mens. SOMT heeft mijn professionele en  persoonlijke groei gefaciliteerd en gestimuleerd.

SOMT breed staat er een zeer gedreven team dat elkaar inspireert. Niet alleen inspireert om je eigen opleiding door te wikkelen maar ook om samen de gemeenschappelijke thema’s uit te werken als bijvoorbeeld bekkenbodemdisfuncties bij ouderen (Master Geriatrie in de Fysiotherapie) en de rol van de bekkenbodem bij chronische lage rug klachten (Master Manuele Therapie).

SOMT heeft me de mogelijk geboden over mijn eigen grenzen maar ook over landsgrenzen heen te kijken. Zo heb ik verschillende keren bij SOMT Pelvic Education in Zwitserland mogen doceren, ben ik daar verantwoordelijk voor de modules obstetrie en seksuologie. Uniek waren de lesdagen die ik mocht verzorgen in Dar es Salaam in Tanzania. Werken met collega’s uit een land waar bekkenfysiotherapie nauwelijks ontwikkeld is, is een leerzame en inspirerende ervaring. Met veel studenten, zowel uit Zwitserland als uit Tanzania, heb ik nog regelmatig contact. Heel dankbaar om zo op afstand toch ook nog een steentje te kunnen bijdragen.

Eén van de unieke speerpunten van SOMT is dat docenten naast lesgeven ook praktiserend fysiotherapeut zijn. Wat is volgens jou de toegevoegde waarde hiervan in onze opleidingen? En heeft dit ook voordelen voor jou persoonlijk.

SOMT leidt fysiotherapeuten op tot Master of Science in een specialisme in de fysiotherapie. SOMT streeft ernaar excellente clinici af te leveren. Daarvoor is het nodig dat je als docent feeling hebt met de praktijk; dat je weet wat er speelt en dat je de kliniek gebruikt als basis van je onderwijs. Het onderwijs op SOMT gaat immers uit van casuïstiek.

Bekkenfysiotherapie is een dynamisch vak, het ontwikkelt zich snel. Maar bekkenfysiotherapie ontwikkelt zich niet alleen, het ontwikkelt zich  samen met haar verwijzers zoals gynaecologen, urologen, gastro-enterologen en seksuologen. De zorg rond de bekken(bodem)patiënt is echt multidisciplinair.  Door deze multidisciplinaire samenwerking blijf je op de hoogte van de ontwikkelingen in aanpalende specialismen.  Ook deze kennis is belangrijk te implementeren in je onderwijs.

Door SOMT ben ik op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen in het vak. Ik heb toegang tot de Universitaire bibliotheek van Brussel. Door het bijhouden van de literatuur, ben ik op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen en daar profiteert zowel de student als mijn eigen praktijk van.

Wat doe je naast docent zijn bij SOMT nog meer op het gebied van Fysiotherapie?

Ik heb samen met vier collega’s een praktijk voor bekkenfysiotherapie. We streven naar optimale zorg voor onze patiënten. We participeren in het bekkenbodemteam en het seksuologieteam van het regionale (topklinische) ziekenhuis. Ik ben adviseur ten aanzien van bekkenbodemdisfuncties bij ouderen bij twee grote zorginstellingen in de regio.

Van 1998 tot 2011 ben ik secretaris geweest van onze beroepsvereniging, de Nederlandse vereniging voor Bekkenfysiotherapie (NVFB). Ik ben mede-auteur van de KNGF richtlijn stress urine incontinentie en eerste auteur van het beroepsprofiel bekkenfysiotherapeut. Momenteel ben ik betrokken bij twee werkgroepen van de NVFB namelijk de werkgroep bekkenbodemdisfuncties bij ouderen en de werkgroep klinimetrie. 

Samen met Annelies Pool, ook werkzaam binnen SOMT,  doe ik onderzoek naar de validiteit van de Nederlandse versie van de Pelvic Girdle Questionnaire, een aanvankelijk Noorse vragenlijst. Daarnaast schrijf ik samen met een internationaal consortium seksuologen, onder leiding van de Nederlandse seksuoloog Woet Gianotten, een studieboek over alle aspecten van seksualiteit voor verloskundigen.

Is het docententeam waarin je werkt een hechte club? Waar is dat aan te danken?

Alle docenten hebben één gezamenlijk doel: het opleiden tot excellente bekkenfysiotherapeuten. Daar maken we ons samen sterk voor. Maar niet alleen met de docenten uit je eigen team werk je aan dit doel. Door SOMT brede aspecten samen met alle opleidingen vorm te geven, is de band met de andere masteropleidingen ook hecht.

Wat is het grootste verschil/kenmerk bij de student na 3 jaar opleiding bij SOMT t.o.v. de start van de opleiding?

Bekkenfysiotherapie zit niet in het curriculum van de fysiotherapeut; er wordt dus een heel nieuw vak opgebouwd met een nieuwe body of knowledge en een nieuwe body of skills. Studenten bekkenfysiotherapie hebben zich over het algemeen goed voorbereid op hun studie. Velen hebben de open dagen bezocht en hebben één of meerdere dagen meegelopen met een bekkenfysiotherapeut om een indruk van het vak te krijgen.

De bekkenbodem loopt als een rode draad door de opleiding. De bekkenbodem mag dan wel een ‘gewone’ dwarsgestreepte spier zijn; door de rol van de bekkenbodem bij bijvoorbeeld mictiestoornissen, defecatiestoornissen en seksuologische stoornissen zijn disfuncties van de bekkenbodem vaak beladen. Het onderzoeken en behandelen van bekkenbodemdisfuncties gebeurt door vaginale en anale technieken en ook dat is meer beladen dan bijvoorbeeld het onderzoeken van de schouderspieren. Studenten worden in drie jaar opgeleid op professionele en empathische manier over deze onderwerpen te kunnen praten en de bekkenbodem adequaat te kunnen onderzoeken en behandelen. Aanvankelijk geeft dit onzekerheid bij de student maar al snel zien ze dit zelf als ‘gewone’ handelingen, weliswaar met een bijzonder tintje.  Daarnaast ontwikkelen ze hun klinisch redeneren zodanig dat ze gelijkwaardige gesprekpartners zijn voor artsen of andere zorgverleners in een multidisciplinair team.

Na drie jaar staan er stevige, professionele en kundige ex-studenten.